Op zoek naar mogelijkheden om de steeds maar groeiende kosten van de gezondheidszorg te beheersen, opperen beleidsmakers en verzekeraars steeds vaker om rokers, drinkers en eters meer premie te laten betalen. Zij die genetisch zijn belast met een gezondheidsprobleem mogen rekenen op enige solidariteit van de premie betalende massa, maar zij die zich bewust en vermijdbaar overgeven aan evident schadelijke activiteiten als roken, drinken of (teveel) eten, mogen anderen niet op laten draaien voor hun zelfdestructieve gedrag. De samenleving zou deze "rokers en gulzigaards" hoogstens één keer een traject "psychische begeleiding tegen wilszwakte" kunnen aanbieden, zoals een brievenschrijver in de Volkskrant woensdag 5 oktober voorstelde. En voor de rest betaalt de vervuiler, ook als hij niemand anders vervuilt dan zichzelf.
Sinds we weten dat ons brein plastisch is en wij ons brein zijn, wordt meer dan ooit de suggestie gewekt als zouden mensen altijd in staat zijn het geluk in hun voordeel te keren. Ondanks dat wetenschappelijk al lang is vastgesteld dat verslaving net als borstkanker of schizofrenie een sterk genetische component heeft en dus weinig met wilszwakte heeft te maken, blijven mensen maar geloven dat wie echt wil alles kan. Dat is een schromelijke overschatting van het menselijke vermogen, vrees ik. Wilskracht helpt bij het halen van bepaalde doelen, maar verblindt evenzeer. Zij die uit zijn op hun eigen succes verliezen even zo vaak de ander uit het oog. En dat terwijl de mens bij uitstek een sociaal wezen is. Zonder anderen verpieteren we allemaal.
Minister Schippers van Volksgezondheid zei dit weekend in NRC Handelsblad dat ze geen levensstijlpolitie wil. Dat pleit voor haar. Tegelijk bezuinigt deze minister miljoenen op de GGZ. Die psychische begeleiding tegen wilszwakte zit er dus sowieso niet meer in. Wat rest is de acceptatie dat er ziekten zijn waarmee wij, als individu en als samenleving, zullen moeten leren leven. Financieel én emotioneel. De werkelijkheid zit vol blauwe plekken en die moeten we niet verdoezelen, maar verzorgen. Niet uitsluiten, maar insluiten.