zondag 19 februari 2012

De nar

Kaarsrecht loopt ze, Bettina Wulff. Haar benen kuis in het zwart, haar armen streng zwaaiend alsof ze marcheert. Ze lijkt iets langer dan haar man die een tikkeltje gebogen naast haar loopt. Zijn schouders hangen naar voren, de hare zijn stram opgetrokken. De foto stond in NRC Handelsblad van vrijdag 17 februari. De dag dat prins Johan Friso onder een lawine kwam en niemand dat nog wist.
Is het een maatpakje van een of andere dure designer dat ze draagt? Daar stond ze immers bekend om, de tweede echtgenote van de onlangs afgetreden Duitse president Christian Wulff. Chique kleding, dure hotels, een vriendschappelijke hypotheeklening van een half miljoen, vakanties, businessclass-tickets. Of hij de boel echt heeft geflest staat niet vast. Hij heeft wanhopig de hoofdredacteur van Bild gebeld, schijnt. Bild is het boulevardblad dat mensen maakt en breekt. Hij heeft gedreigd dat het "oorlog" werd als het blad zou berichten over een privélening van 500.000 euro, schijnt. Er is veel schijn in dit verhaal. Schone schijn. De journalistiek leeft daar van. Niet alleen de riooljournalistiek, ook de reguliere. Schijn bedriegt, maar dat is waarnaar we allemaal verlangen. Naar bedrog dat glimt.
Na het lezen van al het nieuws, weet ik niet wat waar is. Het Duitse publiek is verontwaardigd, dat is duidelijk. Wulff flirtte met een verlangen dat menselijk is, maar niet Duits genoeg. Mooie huizen, mooie auto's, mooie vrienden, een mooie vrouw. Succes dat zich laat benoemen met namen als Ferrari, Gucci, Hermès en dat opvallend vaak blond is. Merken die meer zijn dan hun producten en die in de tegenwoordige tijd wereldwijd zonder spraakverwarring een signaal afgeven: ik heb het gemaakt, ik hoor erbij. En dat wil iedereen graag, erbij horen.
De tragiek van het mensenlijk bestaan is dat het verlangen meestal meer oplevert dan de bevrediging ervan. Het kapitalistische systeem (en niet alleen dat) drijft op verlangen. Verlangen dat afgunst voedt, maar ook ambities, verlangen dat om meer vraagt, en nog meer. Wulff had veel, maar wilde schijnbaar meer. Wie macht heeft, wil geld, wie geld heeft wil macht. Mensen hebben onrust nodig om te bewegen en verlangen brengt die onrust teweeg. De Duitsers eisen beheersing van die verlangens, van hun president en van Europa. Tegelijk kopen ze en masse Bild en vieren ze dit weekend carnaval. De wereld staat even op zijn kop. Koningin wordt moeder. Prins wordt zoon. Nar wordt koning.
Wereldwijd voeden levensgrote reclameposters een verlangen dat even menselijk als levensbedreigend is. We kunnen nog mooier worden, nog rijker, nog succesvoller. Maar wat blijft erover als het verlangen is bevredigd? Whitney Houston was extreem getalenteerd, succesvol en rijk. Christian Wulff had een prachtige carrière in publieke dienst. Johan Friso is ook niet onbemiddeld, niet in talent en niet in geld. Allemaal zijn ze gevallen deze week. En waarom? Omdat ze zichzelf niet meer in de hand hadden, klinkt het verwijt. Omdat ze zich niet konden beheersen. Maar mogen wij anderen, anderen die wijzelf willen zijn, verwijten dat zij de grenzen van hun verlangen hebben bereikt en zich daarom geen raad meer weten? Ik weet het niet. Als ik naar de rug van Bettina Wulff kijk, die opgetrokken schouders, betreur ik het dat zij geen nar in haar hofhouding had. Iemand die haar op tijd waarschuwde dat haar klerenkast nu wel erg vol werd. Zoals ik Witney Houston een manager had gegund die haar van het podium had afgehouden toen haar stem haar al verlaten had. Iemand die Johan Friso had uitgelachen toen hij off piste wilde gaan skiën.
In het middeleeuwse Europa beschikte elk hof over een nar. Een vaak even onooglijke als wijze clown die, naïef als een kind, durfde te roepen dat de keizer geen kleren aanhad als hij aan de hoogmoed ten prooi viel. Een hoogmoed die iedereen overvalt als hij nergens meer naar kan verlangen. In de negentiende en twintigste eeuw vervulde de pers soms deze clowneske rol om mensen te waarschuwen voor hun eigen val. Maar ook de journalistiek is inmiddels overgeleverd aan een grenzeloos verlangen, namelijk om te heersen over de mening van anderen. De mantelpakjes van Bettina zijn wat dat betreft vergelijkbaar met de berichten in NRC Handelsblad over het drama in Lech. Het zijn beelden van hoogmoed en niemand die ervoor heeft gewaarschuwd.

In een tijd dat we alles op eigen verantwoordelijkheid en persoonlijke wilskracht gooien hebben we elkaar nodiger dan ooit. Niet om elkaar op te drijven als lemmingen om nóg rijker te worden, nóg mooier en nóg succesvoller, maar door op tijd de wijn van tafel te halen. De fotograaf van Reuters die de Duitse president en zijn vrouw Bettina op de rug portretteerde heeft precies dat moment vastgelegd. Majesteit, genoeg gedronken.

Toezicht

Oud-staatsraad Rein Jan Hoekstra gaat het toezicht op de advocatuur controleren (De Volkskrant 30 januari). Het toezicht op de woningcorporaties heeft gefaald. En het toezicht op de HBO-instellingen wordt verscherpt. We stapelen toezicht en controle alsof het bakstenen zijn. Wat ontbreekt is het cement van de persoonlijke verantwoordelijkheid.  
Het begon bij de accountants en daarna vielen ze allemaal als dominostenen achter elkaar. Bankiers, advocaten, priesters, HBO-bestuurders en deze week de topman van een woningcorporatie. Er ging “iets” mis en daaraan moet “iets” worden gedaan. Antwoord: meer toezicht. En als het toezicht faalt, moet er controle op het toezicht komen. Het is dat Nederland zoveel oud-bestuurders heeft, anders hadden we een chronisch tekort aan mankracht op de controlemarkt. Arthur Docters van Leeuwen, Wim Deetman, Rieke Samson en nu weer Rein Jan Hoekstra, ze hebben er allemaal een interessante oudere dag aan. Dat is hen van harte gegund, maar deze manier van denken gaat voorbij aan wat  volgens mij het cement van een samenleving is, namelijk persoonlijke verantwoordelijkheid nemen. Zeker als professional.
Persoonlijke verantwoordelijkheid nemen betekent heel simpel dat je je werk naar eer en geweten doet. Ja, dat betekent schipperen. Jouw eer en jouw geweten hoeven immers niet te stroken met die van je baas of je klant. Daar praat je over, daar maak je keuzes in. Als freelance journalist weet ik bijvoorbeeld maar al te goed dat de waarheid niet bestaat en dat je nieuws op heel veel verschillende manieren kunt brengen. Leg eens drie ochtendkranten naast elkaar en je ziet dat de wereld er in De Telegraaf anders uitziet dan in De Volkskrant. Dat laat onverlet dat er een ondergrens is aan wat mensen kunnen, of mijns inziens zelfs moeten, tolereren. Voor de een ligt die grens misschien wat verder dan voor een ander, maar vrijwel iedere professional heeft een professioneel geweten. De waarheid heeft veel gezichten, de leugen maar één. Dat is de grens.
De professionele verantwoordelijkheid lijkt in de loop van de tijd te zijn weggelekt in een moeras van collectieve verantwoordingsconstructies waarin niemand meer goed weet who ’s to blame. Fouten in de bedrijfsadministratie, omkoopsommen in de vastgoedbranche, malafide beleggingsproducten, speculeren met derivaten en zelfs seksueel misbruik, het wordt achteraf verkocht alsof het gewoon was, omdat “iedereen” het deed. Achter de grote rug van het collectief is het veilig schuilen. Zeker met al die toezichthouders die op hun beurt weer worden gecontroleerd. 
Ik ben ervan overtuigd dat nog meer toezicht en controle professionals niet helpen hun werk beter te doen. En ze helpen ook niet om klanten en burgers het vertrouwen terug te geven waaraan zij wel behoefte hebben. Vertrouwen is namelijk gebaat bij mensen die verantwoordelijkheid durven nemen, niet bij hen die er alleen maar verantwoording over afleggen. Neem de financiële dienstverlening. Ik krijg al maanden post van de ING over mijn beleggingsproducten met allerhande ingewikkelde zinsconstructies die suggereren dat ik enorm heb geboft. De bank legt verantwoording af en refereert aan nieuwe regels, nieuwe afspraken en andere toezichthouders. Nergens staat dat de bank zich, net als alle andere financiële dienstverleners, gewoon heeft laten meeslepen met de drift om nog meer om te zetten en dat dit ten koste is gegaan van zijn klanten. Nergens wordt uitgelegd hoe het zover heeft kunnen komen met die credit default swaps en hoe de bankiers daar zelf tegenover stonden. Niemand neemt zijn persoonlijk verantwoordelijkheid en dat is wat mij het meeste stoort. Niet het verlies op de lopende rekening, maar het gebrek aan persoonlijke moed.
Het vertrouwen in de financiële wereld is niet geschaad omdat er teveel verantwoording is afgelegd, maar omdat er te weinig persoonlijke verantwoordelijkheid is genomen. Precies hetzelfde geldt voor de vastgoedwereld, de katholieke kerk, de accountancy of de advocatuur. “Extra controle om het toezicht transparant te maken” helpt niemand aan een geweten. Terwijl dat precies is waaraan we behoefte hebben. Aan mensen die hun werk naar eer en geweten doen. Wie daarbij fouten maakt, moet zich achteraf durven verantwoorden, zo nodig bij de rechter. De collectieve grens van wat toelaatbaar is en wat niet wordt getrokken in de openbare rechtspraak. De individuele grens van persoonlijke verantwoordelijkheid trekt iemand als hij in de spiegel kijkt. Niet achter de rug van de controlerende toezichthouder.


(eerder gepubliceerd in De Volkskrant maandag 6 februari 2012)