vrijdag 18 maart 2011

De schoonheid van rouw

Het is dat de winnaars van de World Press Photo al bekend zijn, anders hadden de fotografen van AP en Reuters die momenteel in Japan aan het werk zijn een goede kans gemaakt. Alle foto's uit het rampgebied schrijnen. De oprukkende vloedgolf, de meedogenloze chaos van steen en staal, de overlevenden die op een schoolplein in Sendai in een lange rij volkomen beheerst wachten op drinkwater, de hand van een dode man uit de stad Toyoma. Mijn oog haakte aan de foto van een jonge vrouw die met opgetrokken blote benen tussen het puin in de voorstad Natori zit. Haar donkerrode rubber laarzen staan naast haar, besmeurd met modder. Ze huilt. Het is oorverdovend verdriet.
Niemand vraagt zich hardop af of wij getuigen mogen zijn van deze rouw. Hoewel er ongetwijfeld mensen zullen zijn die hun blik afwenden bij het zien van zoveel ellende, accepteren de meeste van ons de beelden als nieuws. Nieuws is wat mensen ten diepste beweegt en dat is zelden leuk. Nieuws is de siddering in de rechtszaal waar gisteren de pro forma zitting in de zaak Robert M. plaatsvond. Nieuws is het vliegverbod boven Libië. Nieuws is de rouw van Japan.
In de rechtszaal mocht gisteren niet worden gefotografeerd. Wel was er een tekenaar aanwezig die M., zijn advocaten en beide officieren van Justitie in beeld bracht. De tekening deed waarvoor ze was bedoeld: ze illustreerde een verhaal in de krant. Ze veroorzaakte geen siddering, geen afschuw, geen haat. Foto's doen dat wel. Foto's kunnen door je huid heen branden. Diep van binnen vreet bij ons namelijk een verlangen om te zien wat wij niet willen zien. Onze ogen blijven langer kleven aan de eenzame vrouw in Natori dan aan het lieflijke ijsbeertje in Blijdorp. Dat is journalisten niet te verwijten.
Soms is de emotie die mensen ervaren bij het zien van een nieuwsfoto zo groot dat zij proberen het beeld van hun netvlies te wissen. Dat doen ze vaak met een beroep op de ethiek, de moraal en zo nodig de wet. Een van de meest sprekende voorbeelden is de foto van het Soedanese meisje dat, hol van de honger, op haar hurken knielt terwijl een gier zichtbaar op haar dood wacht. De Zuid Afrikaanse Kevin Carter won er in 1994 de Pulitzer price mee. De morele verwijten aan zijn adres waren vervolgens zo overweldigend dat de fotograaf zichzelf maanden later van het leven beroofde. Carter liet zien wat wij niet willen zien. Mogen we hem dat verwijten? Ik vind van niet. Het debat over wat wel en niet journalistiek toelaatbaar is moet zich niet beperken tot de morele verantwoordelijkheid van journalisten en fotografen zelf. Het geweten van de lezer en de kijker is minstens zo bepalend voor wat nieuws wordt genoemd. En dat is zelden leuk.
Ik kan uren naar de foto van het Soedanese meisje kijken. Net als naar de foto van de Japanse vrouw en haar rubberlaarzen. Beelden die pijn doen en tegelijkertijd prachtig zijn. Dat is wat nieuwsfotografie kan doen: raken aan de schoonheid van rouw.
Ik ben blij dat er gisteren geen fotograaf in de rechtszaal zat.

dinsdag 8 maart 2011

100 jaar Internationale Vrouwendag

De sokkenwinkel van Joost van den Vondel
'Welk aangeleerd gedrag heb jij doorbroken om jouw top te bereiken?' Met deze vraag opende prinses Máxima het Women Inc. Festival afgelopen weekend in Amsterdam. Een opmaat tot Internationale Vrouwendag die vandaag voor de honderdste keer wordt gevierd. Journalisten in dag- en weekbladen maken de balans op. Wie is een topvrouw, wie is een (s)topvrouw (het woordgrapje is niet van mij). Vrij Nederland heeft eurocommissaris Neelie Kroes op de cover staan. Trouw interviewt Margriet van der Linde van Opzij. Ze hebben alle twee een hekel aan de verwende prinsesjes waarover journaliste Elma Drayer vorig jaar een boek schreef. Hun beider moeders werkten niet.
Toen ik het artikel over mevrouw Kroes las in VN (nummer 09, 5 maart 2011) bleef ik lang kijken naar een foto uit 1986 van de opening van de Oosterscheldedam. In het midden staat een in blauw gehulde koningin Beatrix, rechts naast haar staat een in cyclaam gehulde Neelie. Beatrix heft speels vermanend haar vinger, Neelie glimlacht bescheiden en spottend tegelijk. Al hun twintig nagels zijn zichtbaar rood gelakt. Met uitzondering van die nagels lijkt Neelie Kroes op die foto beangstigend veel op mijn moeder. Hetzelfde haar, diezelfde blik. En aangezien mijn moeder in de jaren zeventig hetzelfde kapsel had als Beatrix (elke zaterdagochtend wassen en watergolven) en ik haar ook een beetje als de koningin beschouwde (mijn moeder was een carrièrevrouw en werkte fulltime tot haar zeventigste), leverde de foto een persoonlijk dubbelportret op van wat ik altijd heb (aan)geleerd over vrouwelijke ambitie. Werk. Woeker met je talent. Wees economisch zelfstandig. 
Dat gedrag heb ik vorig jaar doorbroken om de zogenaamde top te behalen. In mijn vak is dat het schrijven van een boek. Het verscheen in januari en gaat over de chronische psychiatrie. Niemand heeft om dat boek gevraagd, niemand heeft ervoor betaald. Ik heb jarenlang flutfolders en nonsense-nieuwsbrieven volgeschreven waarmee ik goed verdiende en die inmiddels allemaal bij het grof vuil staan. Drie weken na de bevalling van mijn tweede kind leverde ik de content van een website die al lang weer uit de lucht is. Volstrekt nutteloze arbeid in een van markt bezeten samenleving die mij economisch zelfstandig maakte en mij in staat stelde een oppas te betalen, veel schoenen (en boeken) te kopen, mijn kinderen op dure zomerkampen te laten gaan en elke maand mijn nagels te laten lakken. Een verwend prinsesje, inderdaad.
Nu ben ik economisch afhankelijk van mijn man. Als hij mij morgen verlaat, moet ik overmorgen het huis uit. Ik heb geen arbeidsongeschiktheidsverzekering en geen pensioen. Dat is namelijk verdampt dankzij Fortis en zit voor de rest in dat boek. Ben ik gelukkiger dan ik was toen ik nog geen (s)top- of zigzag- of een gemiste kansvrouw was? Nee. Aangeleerd gedrag is namelijk heel moeilijk af te leren. Maar laten we wel zijn, we kunnen niet allemaal koningin worden (denk aan Mabel, maar ook aan prins Charles). Dus ben ik weer naarstig op zoek naar opdrachtgevers die mij voor een flutfolder of iets anders onzinnigs willen belonen. Ik mag dan op de top van de piramide van Maslow staan, het geld is op. 
Ik heb één troost. Joost van den Vondel had een sokkenwinkel op de Warmoesstraat die hij van zijn vader had overgenomen. Hij stierf in bittere armoede. Maar de mooiste plekken in Amsterdam zijn naar hem vernoemd.