Terwijl ik op duizend meter hoogte in een Gasthof op een alm (dat is een weide) in Oostenrijk lag te slapen, afgesneden van de werkelijkheid door een ongekende sneeuwval die zelfs een tochtje naar het dal vrijwel onmogelijk maakte, droomde ik over Nederland. Ik wist toen nog niets over de reis die Rob Oudkerk had gemaakt naar Hong Kong, ik had zijn analyse over ons visieloze landje nog niet gelezen (de Volkskrant 8 januari 2012) noch het commentaar daarop van Volkskrant-journaliste Sheila Sitalsing. Oudkerk vindt ons slap, een eeuwige tweede, een hyperig, onbeschoft k.u.t. landje dat niet meer weet wat beschaving is. Een land zonder agenda, zonder visie, zonder moed.
Op de Oostenrijkse alm was Hong Kong ver weg, te ver voor mijn verbeelding. Ik droomde alleen maar over het land waar ik ben geboren, maar niet over zijn tulpen of zijn taal, zijn wolkenluchten of zijn dichters. Ik droomde - oh rijkdom van het onvoltooide - over de arbeidsmarktanalyse die het Research Centrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt eind 2011 publiceerde. Daarin stond dat het helemaal zo slecht nog niet gaat op de arbeidsmarkt in Nederland. Jongeren doen er alleen goed aan niet te kiezen voor een (loop)baan als jurist of journalist. En wat je in elk geval niet meer moet worden in 2012 is bibliothecaresse.
Omdat ik journalist ben, en jurist, is zo'n analyse natuurlijk altijd even slikken. Niet voor niets droomde ik erover. Ik herinner me de tijd dat ik afstudeerde en solliciteerde (nu twintig jaar geleden) nog goed. Honderden brieven, honderden afwijzingen. Mr.drs. en cum laude afgestudeerd met een stage aan de Sorbonne in Parijs, het maakte allemaal niet uit. Jurist en journalist, het was, ook twintig jaar geleden al, een qua arbeidsmarktperspectief hopeloze combinatie.
Het was niet erg. Het is niet erg. Wet en woorden vinden altijd hun weg. Het wordt alleen steeds moeilijker ze te vinden op de plaats die er ooit voor was bedoeld: de bibliotheek.
De bibliotheek was voor mij als kind, als scholier en als student niets minder dan het heilige der heilige. Het was de plaats waar kennis gratis voor het oprapen lag, een schuilplaats voor de zoekenden, een vindplaats voor de onwetenden. En voor wie dreigde te verdrinken in die overvloed van woorden, was er altijd de zwijgende engel achter de balie die vond wat onvindbaar leek: de bibliothecaresse. Alwetend, overtuigend en bescheiden wist zij geheimen te openbaren en leerde zij honderden, duizenden kinderen niet alleen hoe zij antwoorden konden vinden op hun vragen, maar ook hoe zij nieuwe vragen konden stellen. Een bron van eeuwige jeugd was zij, een verlangen naar weten en nog meer weten. Zij was de toekomst zelf, al was zij soms op leeftijd.
Zou het die alwetende bescheidenheid zijn die haar nu wordt verweten? Want de bibliothecaresse heeft in Nederland haar langste tijd gehad. Nederland wil geen denkers meer, maar doeners. Nederland wil geen lezers meer, maar ondernemers. Geen gratis kennis, geen stilte tussen de regels. Nederland wil niet zoeken, maar vinden, geen vragen, maar antwoorden. Hup, handen uit de mouwen en neuzen uit het boek. Dat doen ze in China immers ook, neuzen uit boeken halen. Dat heet censuur.
De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham schreef in 1998 een boek waarmee hij de Pulitzer Prize won. Het heet The Hours en het gaat over drie vrouwen in drie verschillende tijdsgewrichten die van woorden leven en daarmee hun leven vormgeven. Eén van de vrouwen is gemodelleerd naar het voorbeeld van de schrijfster Virginia Woolf, de ander is een redactrice van een uitgeverij. De derde vrouw verlaat in de jaren vijftig haar jonge gezin in de VS en wordt bibliothecaresse in Toronto. Ze kiest niet voor een groot en wild meeslepend leven in een ondernemende wereldstad als Hong Kong, maar verdwijnt tussen de schappen in een haar onbekende stad. Het boek van Cunningham werd in 2002 verfilmd. Nicole Kidman won een Oscar voor de beste vrouwelijke hoofdrol. Zij speelde Virginia Woolf.
In mijn droom vloeide de arbeidsmarktanalyse van het ROA langzaam over in de uren van Cunningham, onwerkelijk als de metershoge sneeuw voor het raam. Zwetend werd ik wakker in het besef dat ik leef in een land dat de bibliothecaresse wegbezuinigt ten gunste van asfalt. Geen woorden maar wegen. Volgens mij noemen ze dat in Hong Kong visionair.
Miek
BeantwoordenVerwijderenWe lezen andere kranten. Ik weet niet of Rob O zich in zijn artikel wel de vraag stelt - en beantwoordt - wat we kunnen leren van Hong Kong. De soms opvallend pragmatische Chinesen hebben het westerse systeem dat de Britten achterlieten niet wezenlijk veranderd om de overdracht mogelijk te maken. Ook geen censuur ingevoerd....
In termen van welvaart en zeker de verdeling daarvan ligt deze moderne metropool nog ver weg; enkele decennia terug de vorige eeuw in. Flexibele arbeidsmarkt, hard werken, de modernste technologiën, bijbehorende hoge productiviteit; het is een kwestie van tijd en ze gaan 'er op en er over'. Terwijl China op zijn manier worstelt met de grote getallen en transitie worden juist wij serieus uitgedaagd.
A bientot.
Jeroen
uit het commentaar van Sitalsing in De Volkskrant van 9 januari 2012:
Verwijderen"Zelf herinner ik me Hongkong als één groot winkelcentrum, met wolkenkrabbers vol bankiers en ontzaglijk veel Rolls Royces die vlijtig worden gepoetst door Filipijnse helpers. Opwindend, maar voor een ex-sociaal-democraat wel een wonderlijke keuze als Utopia."
Niet alles van waarde, Jeroen, is economisch te duiden. Dat is voor een econoom misschien lastig toegeven, maar het zou hem sieren na alle ellende van de afgelopen drie jaar op de zo lieflijk bezongen markten. Maar het is zoals het is, aan de weerloosheid die Lucebert de waarde nog toedichtte heeft de economie een broertje dood. Er op en er onder, je had het niet beter kunnen formuleren.
Miek
BeantwoordenVerwijderenZoals gezegd ken ik de inhoud van het artikel waar je op aanslaat niet en mis dus de context om passend te reageren. Je hebt bij voorbaat gelijk; als ik naar mijn eigen woorden zou luisteren had ik er het zwijgen toe gedaan.
Ik moest er even aan wennen dat je me wegzet als Roland Oberstein, de eendimensionale econoom - met bovendien een laag moraal - uit Grunberg's 'Huid en Haar'. Ook hier: groot gelijk. Je bevindt je bovendien in goed gezelschap!
Dezelfde karikatuur tref ik aan in je 'Bibliothecaresse' als het gaat over Hong Kong. In een misplaatste poging daag ik je uit om te onderzoeken in plaats van te oordelen; zeker in een situatie waarin je niet echt thuis bent.
"Ze begrijpen elkaar niet", zal de observator opmerken. En dat is ons vermoedelijk al vaker overkomen.
A bientot,
Jeroen
Afgesproken, ik reis af naar Hong Kong zodra deze economische crisis achter de rug is en ik de reis kan bekostigen. Ik zal ongetwijfeld onder de indruk zijn. Je hebt gelijk dat mij geen oordelen passen over werelden die ik niet ken. Ik schreef ook "volgens mij" volgens mij. Mildheid en mededogen, ook voor de economische realiteit, zouden mij sieren en misschien begrijp ik dat nu beter dan twintig, wat zeg ik, dertig jaar geleden. Het doet niets af aan het gevoel van verlies dat het sluiten van bibliotheken in heel middelmatige Nederlandse steden met zich meebrengt. Ik houd ook van de dingen die niet succesvol zijn, Jeroen. Misschien is het dat wel.
Verwijderen